Hans van Zwolle schrijft gedichten over de Bijbelverhalen

Hans van Zwolle is door het project van De 10 mooiste Bijbelverhalen van Zwolle aan de slag gegaan om rond deze verhalen gedichten te schrijven. Hij wil deze graag delen. 

Nr. 10 | September | Jona in de walvis

Vlucht

God is een zee
een golf die mij heft
hoog, hoger, hemelhoog.
Om mij in het schuim te gooien
en te verzwelgen.

God is een zee
een kracht die mij wast
schoon, schoner, helderschoon.
Om mij op het strand te spuwen
en achter te laten.

`t Zeemansgraf

Als de nacht zich met schaduw
verbindt
het dreigen de dromer
verstikt
het zwarte de ziener
verblindt
het duister de dichter
verliest
het donker zich in de morgen


Gratie

Mijn Heer; behoort boosheid niet tot mijn recht
ben ik dan niet uw boom van schaduw kwijt
Ik die de grootheid van uw naam belijd,
had uw gena voor Nineve reeds voorzegd

mijn God; die u niet kennen lachen nu
zij spotten met uw naam en spreken krom
is hij zwak had hij niet de kracht of het lef om
te doen wat hij had gezegd op uur U

Mijn knecht; genade hoort tot mijn gerecht
is mijn smart voor de stad van kinderstemmen
niet gelijk aan jou verdriet om de boom

geen zorg; door compassie en machtsvertoon
zal iedereen mijn majesteit erkennen
Ik wil bekend zijn om genaderecht

Nr. 09 | Oktober | Schepping

Lente in oktober

Toen, op zaterdag tweeëntwintig oktober
in vierduizend vier was er niets en niemand.

De Elohim splijt schemer, licht voor dag, duister voor nacht
geeft aard en hemel elk een deel van het massale water
stuwt aarde op uit diepten, zeeën stromen in de krater
De bomen, planten en bloemen groeien terwijl hij lacht

De Elohim ontsteekt de lichten voor de dag en nacht
Het leven komt van onder aarde naar boven gekropen
Vliegt naar de hemel en weer terug om te leren lopen
Het wemelt van de staarten, poten en vleugelenpracht

Nu, op zaterdag tweeëntwintig oktober
In tweeduizend elf zijn er zeven miljard.


Eva Voor Adam

Een Volmaakt Anders, ontwaakt en flonkert,
maakt licht waar het ledige in mij donkert
tilt mij hoog boven wilde waterstromen
het overvloeit en voert mij met zich mee

naar droge grond in hoven van mijn dromen
het omarmt zacht en teder als de zee
is overvloedig zoals het woud groeit
zo geurig als bloesem wat volop bloeit

Een Vrouwe Adam wiens licht in mij weerkaatst
de zon die mij tussen de sterren plaatst
zij wast haar onschuld in de frisse beek
zij zweeft op vleugels op de frêle wind

zij is het lam, hulpeloos en soms week
een leeuwin, wakende over haar kind
zij is een vrouw, zij is een mannin
een levensgezel, mijn vriendin.

Een Vreugde Alom is van mij een deel
Het geschenk van Hem is volledigheid
Hij vormt ons tot volmaakt ander geheel
In Zijn Majesteit zijn wij elkaar toegewijd.


Alfa

Loos Leeg Leegte Ledig Leegheid Ledigheid Geest
BING
Niks Niets Noppes God
BONG
Niemand Elohim
BANG

Nr. 08 | November | Koningin Ester

Feminien

Al dagen, weken deel ik hem met velen
het lijken maanden al is hij dichtbij
In`t slaapvertrek is hij een misdeeld man.
hij nam uit manlijk nood en kroonde mij
Ik geef, wat alleen ik hem geven kan
zijn nood zal mij helpen hem te bevelen.

Al maanden heb ik hem niet meer gezien
sinds jaren onbereikbaar door een poort
In`t leven is hij een vader voor mij.
ik rechtens de wees die hem toebehoort
Door wraakzucht, wet en stam ben ik onvrij
riskeer de dood opdat ik mijn volk dien.

Al jaren t`rug dat ik iets gehoord heb
een leven geleden dat ik Hem zocht
Tot mijn hart heeft Hij onbeperkt toegang.
als nazaat van Isrel met wie Hij vocht
Maakt zijn wet en zijn weten mij doodsbang
toch zal ik pleiten als Mozes op de Horeb

Ahasveros roemt Esther

Ja wat bestaat uit één en al tegelijk.
Wie anders dan jij, mijn vorstinbruid, bent
het als ik mij aan`t Babelse verrijk,
en ik de hangende tuinen bekijk,
enkel minzaam straalt, zonder vergelijk,
rebels als het volk dat mijn wetten schendt.
Ja welk bestaat uit één en al tegelijk
Wie anders dan jij, mijn Hadassa, bent
het rijzen van het grote Perzisch rijk,
eerzaam uitgestrekt de woestijn gelijk,
een Suza’s burcht mijn geborgen uitwijk,
royaal voor jou heer, maar mij onbekend.
Ja wie bestaat uit één en al tegelijk.

Vergelding

De palen in de tuinen dreigen met eindig leven.
Smekend om genade zijn handen hoog geheven

De oude mannen smeden
terwijl zij zonden beleden
met grote zorg nagels van staal
want zij vrezen de wetten en de paal

De jonge mannen slepen
hoewel zij het niet begrepen
met overmoed, messen van staal
want zij vrezen de wetten en de paal

De palen in de tuinen dragen het eindig leven.
smekend om genade zijn handen hoog geheven

Nr. 07 | December | Jozef en zijn broers

Ad interim

Jozef zoon van Jakob die Israel heet
de ad interim van Jezus van Nazareth
ging als slaaf en crimineel gekleed.
Jozef zoon van Jakob die Israel heet
door farao met koningsmacht bekleed
is door God zelf op de troon gezet.
Jozef zoon van Jakob die Israel heet
de ad interim van Jezus van Nazareth.

Als ik koning Jozef was

Had ik mijn grote broers echt niet gered
want ik had hen van hoogverraad beschuldigd
En ik had hen in het gevang gezet
Al die jaren dat zij mij zijn verschuldigd

Maar toch, wat ik zou doen doet er niet toe
Want Jozef heeft gedacht: what would Jesus do

De mantel

Jozef kreeg driemaal een nieuwe jas
Van zijn vader, heer en koning
Tweemaal verloor hij hem
in hautaine onschuld

Door zijn komende kruis
definitief verkregen

Jezus kreeg eenmaal een nieuwe jas
Van een werkman, volger en christen
Eenmaal verloor hij hem
in menselijke schuld

verslagen onder zijn kruis
definitief verspeeld


Licht duister licht

Mijn vader geeft zijn zoon een nieuwe jas
tot over mijn handen reiken de mouwen.
Hij is thuis en zend mij heen in looppas
om op de broers en kudde zicht te houden.

Het is nog volop dag en plots is`t nacht.
Ik hoor mijn naam, als ik naar hen toeloop
en een stem die ik ken en spottend lacht.
De stilte en de kou zijn nu mijn hoop.

Mijn kruis en mijn pijn wekt straks hun meelij
De tijd is een vriend en brengt hen tot rede.
Wellicht brengt dat mijn vader weer bij mij.
verhoort de Heer met touw en stem mijn bede?

In`t felle licht ontwaakte ik zonder jas,
ik zwoer te zwijgen maar wat ik ook riep,
de touwen trokken mij mee in looppas.
Verlangend naar de modderdrek, putdiep


Mijn meester geeft zijn eerst knecht een jas
Mijn handen steek ik ver uit de mouwen
Hij is weg opdat ik op zijn huis pas
Opdat ik op zijn vrouw zal toezicht houden

Het is nog volop dag en plots is`t nacht.
Ik hoor mijn naam, maar weet niet waar ik loop
en de stem van de vrouw die woedend lacht.
Mijn arbeid en mijn trouw zijn nu mijn hoop.

Mijn kruis en mijn leed wekt vast haar meelij
De tijd is een vriend en brengt haar tot rede.
misschien brengt dat mijn meester weer bij mij.
verhoort de Heer met werk en droom mijn bede?

In`t scherpe licht ontsnapte ik zonder jas,
ik zwoer te zwijgen maar wat ik ook riep,
ze boeiden mij waar ik op uitschot pas.
Verlangend door het stof te gaan, putdiep


De koning geeft een minste slaaf een jas
Tot op mijn handen liggen nu de mouwen
Hij troont en geeft mij de plaats die ik pas
Op de belofte aan Zijn knecht te houden

Het is nog volop dag en plots is`t nacht.
Ik hoor zijn naam, waardoor ik vlug wegloop
en een dierbare stem die angstig lacht.
De honger en het recht zijn nu mijn hoop.

Hun kruis en hun angst wekt toch mijn meelij
De tijd is mijn vriend en brengt mij tot rede.
Het brengt mijn broers en vader weer bij mij.
De Heer verhoort met zorg en kracht mijn bede!

In`t helder licht ontdaan van waan en jas,
spreek ik, op mijn Heer doe ik een beroep,
De ketens van mijn wrevel wijken pas,
als ik mijn vader welkom thuis toeroep.

Nr. 06 | Januari | De barmhartige Samaritaan

De gewone man

De eerste was dicht genoeg bij
Om mij te slaan en te bestelen
Zij die uit gebreke niet delen
zijn als gelijken voor mij

Geholpen door de grote bocht
loopt Levi in geweten om mij heen.
Kan hij geen naaste zien, `t is niet één.
van de deugden die hij zocht

Met hulp van de zeer wijde boog
die Aron in zijn gedachten begaat.
Kan hij geen naaste zijn, daarvoor staat
hij als gewijd persoon te hoog

De laatste kwam dicht genoeg bij
Om mij te zien, met mij te delen
Zij die uit goedheid willen helen
zijn als gelijken voor mij

Sta toch eens stil!

Je naaste is iemand die naast je staat.
niet redt, maar naast je staat
niet meekijkt, maar naast je staat
niet aanmoedigt, maar naast je staat
niet beklaagt, maar naast je staat
niet prijst, maar naast je staat
niet zeurt, maar naast je staat
niet alles weet, maar naast je staat
niet het ook niet weet, maar naast je staat
Iemand die bij jou stil staat.


Compassie

Soms moet ik
mij verlagen
mij buigen
mij bukken
ja door mijn hurken
tot op mijn knieën gaan
dat moet mij lukken
en zullen wij samen weer staan

Nr. 05 | Februari | De verloren zoon

De jongste zoon

Mijn erfrecht afgedwongen en verzilverd.
Ik heb het als een trofee ontvangen
en draag het als een laureaat.

Ik zwijg mijn vader uit mijn leven.
Spring over mijn vaders graf
en sla het stof van mijn voeten.

Ontworsteld aan de knellende liefde.
Onttrokken aan alle verplichting
vrijgemaakt van almaar uitstrekkende handen.

Vader

Hij strekt zijn handen
Zij vinden en zij helen
Zij warmen en zij voeden
Zij zorgen en zij leiden
Zij vieren en zij delen
Zij troosten en zij hoeden
zij danken en zij weiden
Zij zijn een moeder


De trouwe zoon

Met in zijn vuist nog, schillen voor de zwijnen,
komt hij thuis als een berouwvolle dader.
Gevallen op zijn knieën voor de vader,
beroept hij zich op wat was eens het zijne

Die vaders heengaan wenste om te erven,
biedt zich nu smekend aan als minste knecht.
Dat hij mag leven met als enig recht;
een bed en eten, wetend van het sterven

Met pijn heb ik zijn naam altijd verzwegen
en hem gezocht als waren wij vijanden.
Nu wil ik rechtspraak, straffen en vergeven

Maar nu hij t`rug is van verdorven landen,
maakt zijn terugkeer mij stom en verlegen,
met vaders almaar uitgestrekte handen.

Nr. 04 | Maart | David en Goliat

Instrument

Zoals een glad en rond geslepen steen
een middel is in Davids slingerhand
Is David de getrainde Godsgezant
Gestaald in trouw en moed aaneen

Wat wordt ik graag geslepen door de Heer
Dan zal ik doeltreffend zijn, keer op keer

Slingersteen

Geperst en opgestuwd door scheppingsdaad
en schoongespoeld door Noachs watervloed
maar stuk gehouwen op een mensenmaat,
gestapeld in de muur van Libna`s staat,
maar neergehaald in Jozua`s jihad
nu `t pad verhard voor wie naar Socho moet
Geperst en opgestuwd door scheppingskracht
Is`t door de beek geslepen en gezoet
Gevonden door een herder, die zingt zacht:
“De Heer is herder, Hij die mij hier bracht”.
Hij dood de reus die almaar spottend lacht
Nu t`pad bereid voor wie is zonder moed


Knielen voor kiezels

Het brons en ijzer beheerst de gedachten.
Verlamd door kracht en woorden nooit tevoren.
Staan wij vertwijfeld met bebloede oren.
Wat ons rest is het ademloze wachten.

Wiens held zich met dit kwaad meten zal.
Zijn eigenwaan verdubbelt zijn voorsprong.
Zijn zwaardlengte het woeste van zijn tong.
Er staat een reus in het terebintdal.

k`Zie, hij zingt, knielt en bidt, met in zijn schoot
de kiezels, in geloof neemt hij een leven.
Die Davids deugden worden nog mijn dood.

God is mijn licht, mijn heil; wie zou ik vrezen?
Hij is de HEER, die hulp verschaft in nood.
Mijn levenskracht; ik hoef niet bang te wezen!

Nr. 03 | April | De ark van Noach

Het stroomt hier

Hier overstroomt binnen `t uur de rivier
hier wordt al vele eeuwen droog gebeden.
daags drijft het water `t leven weg van hier
Hier overstroomt al dagen de rivier
dan drijft er s`ochtends levenloos een dier.
daags wast het water de schuld van `t verleden.
Hier overstroomt al weken de rivier
hier werd in vele eeuwen droog gebeden.

Nieuw licht

Het wassend water laat de aarde drogen
Het woelend water zakt weg krachteloos
Het wrekend water stijgt op in een hoos
Het water staat door `t licht in kleur gebogen

Voor Gods gratie, clementie en geduld
De lucht is opgeklaard en staat in kleur gehuld

De deur

Met beide handen stijf tegen zijn oren
staat Noach daar om het maar niet te horen
het kloppen, hulpgeroep en het verwijt
van buren en familie in doodsstrijd
Met beide handen stijf tegen zijn oren
Is het de Heer die de deur voor hen sluit
Is het Goddank, Zijn oordeel en besluit
Met beide handen stijf tegen zijn oren
knielt Noach neer om het echt niet te horen

Nr. 02 | Mei | Geboorte van Jezus

Ik kom uit zalen

Ik heb gewoond in brede hoge zalen
Van grootste schoonheid en van witste licht
oneindig fris met `t zachtst en helderst zicht
Wie is gekomen om mij weg te halen?

Ik heb gespeeld in diepe wijde tuinen
van woeste wijdheid en van kleurigst kleur
oneindig groen met `t zachtst en zoetste geur
Wie is gekomen om die tuin te ruimen?

Daar was ik toen een held vol goede moed
toen was mijn tijd daar mijn eeuwige vriend
en werd ik in onschuld tijdloos bemind

nu ik mij in het aardse terug vind
en wetend dat ik dit niet heb verdiend
wordt jou onschuld gekocht met heldenbloed

De herdersjongen

Ik heb het gezien
echt ik heb het zelf gezien
het is waar, misschien

Murw

Kind geboren
uitgeput is het
rustend na weeën van strijd

Hoop geboren
uitgeput is het
rustend na weeën van geluk

Mens geboren
uitgeput is het
rustend na weeën van wachten

Adam herboren
uitgeput is hij
rustend na weeën van waarom




 
Website door Studio 135